Hapkido is een Koreaanse krijgskunst die zich onderscheidt van andere vechtsporten doordat het puur op zelfverdediging is gericht, maar ook door zijn hoeveelheid aan technieken. Het gebruik van klemmen, grepen, trappen, stoten, cirkel-, hevel-, valbreektechnieken en met behulp van drukpunten maken de sport heel afwisselend. Verder leer je ook allerlei dagelijkse gebruiksvoorwerpen, zoals een das/sjaal, pen, wandelstok etc. te gebruiken als verdedigingswapens. Het doel van Hap Ki Do is om je zo goed mogelijk te verdedigen. Heel belangrijk is dat iedereen Hap Ki Do kan leren en dat je door het gebruik van de kracht van een aanvaller niet de belangrijkste factor hoeft te zijn.

 

 
De vader van Hap Ki Do is Choi Young Sul, geboren in 1904. Choi werd als weeskind naar Japan gestuurd en opgenomen door Takeda Sogatu die bekend stond als grootmeester in effectieve krijgskunst: Dayto Ryo Aiki Jijitsu, waaruit is later ook Ai Ki Do ontstaan (wordt dadelijk beschreven). Na de dood van Takeda ging Choi in '45 terug naar Korea. Het was Suh Bok Sup (toen 24 jaar) die zag hoe Choi zich op 21-02-1948 tegen drie rovers verdedigde. Sup was reeds bedreven in Judo en was van Choi's technieken erg onder de indruk. Hij bood hem eten en werk aan in ruil voor lessen. Choi werkte zich op tot hoofd beveiliging en na diverse verschillende namen voerde hij in 1958 de naam Hapkido in. Sup geeft over de hele wereld seminars in Ki. Choi is in 1986 overleden en begraven.

 

Hapkido is eigelijk Koreaans Aikido, waaraan enkele elementen van de originele Koreaanse vechtkunst zijn toegevoegd. Het Hapkidosymbool wordt op dezelfde wijze geschreven als "aikido"maar de Koreaanse uitspraak heeft geleid tot �Hapkido�. Een ondezoek naar haar basisprincipes, onthult dezelfde theorieen als Aikido heeft, hoewel deze op een iets andere wijze zijn verwoord. Hapkido omschrijft zichzelf als zijnde gebaseers op drie principes , welke zijn:

  1. Het principe van meergaandeheid dat volgens geschriften bekent �het toegeven aan de kracht�, als stilstaand water waar een steen in wordt gegooid: het biedt geen weerstand en sluit zich onmiddellijk als de steen is gezonken .
  2. Het ombuigingprincipe dat probeert de kracht van de aanvaller op te vangen en, het zachte hand in een veilige richting te sturen.
  3. Het principe van de harmonie propageert dat men de kracht van de aanvaller niet moet tegengaan, maar er juist mee in evenwicht moet komen. Op deze manier wordt je eigen kracht eerder aan die van de aanvaller toegevoegd dan dat je ermee slaags raakt.

Evenals bij aikido wordt de aanvaller aangemoedigd om zichzelf helemaal te geven door middel van een plotselinge uitval of stoot. De aanval wordt zonder enige weerstand opgevangen, voorbij het doel geleid en de kracht van de verdediger zelf wordt eraan toegevoegd. Hierdoor verliest de aanvaller zijn evenwicht en wordt omvergegooid. Wanneer deze overgave er niet is , staat de verdediger de aanvaller toe hem te pakken, om hem vervolgens een tik op het drukpunt te geven om zijn greep te doen verslappen. Wanneer de greep eenmaal verslapt is, kan hij verbroken worden met het hefboomprincipe en door de gewichten te verdraaien.

In veel gevallen wordt de Hapkidoklem gebruikt tegen de wrichtsbeweging. Hierdoor vertoont Hapkido een nauwe affiniteit met Aikido Ju-Jitsu.

Wanneer de verdediger zich uit de greep van de aan valler heeft losgemaakt en hem in een nadelige positie heeft gebracht, kan hij ook een worp uitvoeren. Deze lijken bijzonder veel op Aikidoworpen, in zoverre dat ze gebaseerd zijn op het verdraaien van een gewicht, zoals het pola- of ellebooggewricht.

Uit een onder zoek naar Hapkidopraktijken blijkt dat ze enkele elementen van Karate, Shaolin en de inheemse Koreaanse trappen bevatten, die tot in hun perfectie zijn ontwikkeld in Taekwondo. De noordelijke Shaolinstijlen geven de voorkeur aan hoge trappen en het is verleidelijk om te speculeren dat Won Kwang afkomstige is uit of onderwezen is door een noordelijke Shaolintempel. Dit is waarschijnlijk een absurde oversimplificatie, want bepaalde gedeelte van Silla waar de Hwa Rang trainden, zijn uitermate heuvelachtig en dit had juist daardoor al tot een domineren van traptechnieken kunnen leiden.

Er bestaan voorbeelden van hoge trappen en enkel bijzonder spectaculaire springende trappen die duidelijk later zijn toegevoegd en mogelijk afkomstig zijn van dezelfde bron als taekwondo. Moderne exponenten van Hapkido geven dan ook demonstraties van het breken van voorwerpen. Men gebruikt hierbij hout en tegels om de opgewekte kracht zichtbaar te maken. Even terzijde: het curieus te zien hoeveel Koreanen zich bezig houden met te breken van voorwerpen of destructietechnieken. De drie belangrijkste Koreaanse systemen doen allemaal aan spectacilair breken en de einge Karatestijl (de Kyokushinkaistijl ) die dat ook doet, is door een Koreaanse leermeester ontworpen.

Hapkido kent alle gewone slagen en gebruikt de stoot in de voor Taekwondobeoefenaars gebruikte vorm.

De meshand slaat en blokkeerst gewoonlijk en de uitgestokken vinger of vingers vallen zenuwpunten aan. Hapkido beweert ongeveer 300 vitale punten te kennen en onderwijst geselecteerde, hoog gegradueerde intructeurs hoe je daar gebruik van moet maken.

De slagen van Hapkido onder scheiden zich door hun directheid. (voorwaartse stoot, voorwaartse trap, zijwaartse trap of circuliare vorm (meshandelslagen, ronddraaiende trappen). De directe technieken beoefenen de principes van terugtrekactie waarbij de technieken krachtig wordt toegepast in de richting van get doel en waarbij vervolgens abrupt teruggetrokken wordt om aldus eenzweepslagactie te krijgen. De ronddraaiende technieken gebruiken dikwijls de heupen en ontketenen door het gebruik van het lichaamsgewicht in de beweging een enorme kracht. Ook worden er Aikidoachtige uitdraaivormen onderwezen.

Het opnemen van wapens in het programma laat zien dat Hapkido misschien een veel ouder element van het vechtkunstgebeuren bevat. Er zijn enkle vergevorderde vormen die alleen aan zwarte banden onderwezen worden die gebruik maken van het slagzwaard. Er is ook een stijl die beoefend wordt met twee kromme zwaarden, die waarschijnlijk ook al heel oud is.

Het doceren van Aikido houdt een geleidelijkeovergang in van harde naar zachttechnieken en ditgebeurt op de zelfde manier als in China, waar, naar men denkt, de harde systemen eerder voorkwamen dan de zachte. In de elementaire praktijk van het trappen en stoten bewegen de studenten zich aanvankenlijk in rechtlijnen en krijgen zij later les in de ontwijkingstechnieken, waarbij circulaire bewegingen gebruikt worden.